De stille kracht (1900) by Louis Couperus

De stille kracht (1900) by Louis Couperus

Author:Louis Couperus [Couperus, Louis]
Format: epub
Published: 2010-03-21T21:55:17.152000+00:00


naar boven

VIJFDE HOOFDSTUK

I

Eva Eldersma was in een stemming van lusteloosheid en spleen als zij nog nooit in Indië had ondervonden. Na al haar arbeid, drukte, succes van de Fancy-fair - na de huiverende angsten voor opstand - sluimerde het plaatsje gemoedelijk weer in, als was het weltevreden weer te kunnen dommelen als altijd. Het was december geworden en de zware regens waren begonnen, als altijd, de vijfde december: de regenmoesson, onveranderlijk, trad in op St. Nicolaas. De wolken, die, een maand lang, zich al zwellende en zwellende hadden opgetast aan de laagte der kimmen, gordijnden haar watervolle zeilen hoger tegen de uitspansels aan, en scheurden open als met éen razernij van vér uitlichtende electriciteiten, plasten kletsstralende neer als daar niet meer omhoog op te houden rijkdommen van regen, nu de te volle zeilen scheurden en al de waterweelde giet-stroomde als uit éen scheur neer. Des avonds was Eva's voorgalerij overvlogen door een dolle zwerm van insecten, die zich, vuurdronken, ten ondergang stortten in de lampen, als in een apotheose van vlammendood, en met haar wiekbewegende, stervende lichamen de lampenglazen vulden en bestrooiden de marmeren tafels. Een koelere lucht ademde Eva in, maar een waasmist van vocht, uit aarde en bladeren, sloeg aan op de muren, scheen te zweten uit meubels, te tanen op spiegels, te vochtvlakken op zijde, te schimmelen op schoenen, of de neerrazende stromenkracht der natuur al het kleine en fijn-glinsterende en bevallige van mensenwerk zou bederven. Maar bomen en lover en gras leefden op, leefden uit, woekerden welig omhoog, in duizenden tintelingen van nieuw groen en in de oplevende zege van de groene natuur was de neerduikende mensenstad van open villahuizen nat en paddestoelvochtig, verweerde tot schimmelgroen al de blankheid der gekalkte pilaren en bloemepotten. Eva zag-aan de langzame, geleidelijk ruïne van haar huis, haar meubels, haar kleren. Dag aan dag, onverbiddelijk, bedierf er iets, rotte wat weg, beschimmelde, verroestte er iets. En geheel de esthetische filosofie, waarmede zij eerst zich geleerd had van Indië te houden, te waarderen het goede in Indië, te zoeken ook in Indië naar de mooie lijn, uiterlijk, en naar het inwendige mooi, van ziel, was niet meer bestand tegen het stromen van het water, tegen het uit-een kraken van haar meubels, tegen het vlakkig worden van haar japonnen en handschoenen, tegen al de vocht, schimmel en roest, die haar bedierf haar exquise omgeving, die zij om zich heen als troost had ontworpen, geschapen, als troost voor Indië. Al het beredeneerde, verstandelijke van zich te schikken, van toch iets liefs en moois te vinden in het land van al te overmachtige natuur en geld- en positie-zoekende mensen, verongelukte, stortte in, nu zij elk ogenblik gedwongen werd kribbig te zijn, als huisvrouw, als elegante vrouw, als artistieke vrouw. Neen, onmogelijk was het in Indië zich te omringen met smaak en exquisiteit. Zij was hier nog slechts een paar jaar, en zij voelde nog wel wat kracht te strijden voor haar Westerse beschaving, maar toch begreep zij al beter dan de eerste dagen van



Download



Copyright Disclaimer:
This site does not store any files on its server. We only index and link to content provided by other sites. Please contact the content providers to delete copyright contents if any and email us, we'll remove relevant links or contents immediately.